Reservering van 26 miljoen euro uit Nationaal Groeifonds voor programma groene bedrijventerreinen

De hoognodige vergroening van bedrijventerreinen staat nu ook in politiek Den Haag op de kaart. De ministerraad heeft gisteren op basis van het rapport van de adviescommissie besloten om 26 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds te reserveren voor het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’. ‘Goed nieuws’, reageert directeur Jelle de Jong van IVN Natuureducatie. ‘De huidige versteende bedrijventerreinen hebben ons veel welvaart en vooruitgang gebracht. Maar medewerkers en omwonenden vragen nu om een volgende stap, die nodig is in een veranderend klimaat, nodig voor het welzijn en de gezondheid van mensen en niet te vergeten de onder druk staande biodiversiteit.’

Rol van Yuverta

Yuverta is blij met de reservering voor de subsidie Nationaal Groeifonds, dit stelt ons in staat samen met onze partners in de regio samen te werken aan het vergroenen en verduurzamen van bedrijventerreinen. Voor onze studenten een uitdagend project om aan deel te nemen, waarin ze zich verder kunnen ontwikkelen en groeien. Hiermee dragen we bij aan het verbeteren van de leefomgeving, denk aan betere waterafvoer, herstel van biodiversiteit en verbeterd welzijn door de groenbeleving.

Met het groeifonds wil Yuverta bijdragen aan:

  • Een groene stad
  • Een sponzige stad
  • Een duurzame stad
  • Een leefbare stad
  • Een sociaal-economisch gezonde stad

Het idee is dat Yuverta helpt met praktijkonderzoek en kennisontwikkeling (via Heidi Kamerling / Groene Hotspot). Dat doen we concreet door begeleiding van living labs (Y-office) waar onze studenten ook daadwerkelijk aan de slag gaan bij living labs (docenten/studenten). Zo maken we samen groene, duurzame, biodiverse corridors die aantrekkelijk zijn voor mens en dier. Zodat we niet langer ‘grijze’ industriegebieden hebben liggen tussen mooie woonwijken en groene natuurgebieden, maar dat het één grote groene strook wordt.

Aangepast voorstel

Voordat de miljoenenimpuls ook echt werkelijkheid wordt, moet de brede coalitie van zo’n dertig partijen die het programma Werklandschappen van de Toekomst heeft ingediend, eerst met een aangepast voorstel komen. De adviescommissie noemt het plan ‘een voorstel dat in potentie positief kan bijdragen aan belangrijke maatschappelijke transities, zoals klimaatadaptatie en energietransitie’. Ook stelt de commissie dat het voorstel op een geschikt moment komt vanwege de actuele maatschappelijke discussie over ‘verdozing’ en er ook in het coalitieakkoord veel aandacht is voor ruimtelijke ordening. In de huidige opzet van het plan is de commissie echter onvoldoende overtuigd van een grootschalig en structureel effect. De indieners van het plan, waaronder IVN, hebben nu negen maanden de tijd om met een aangepast voorstel te komen om de commissie te overtuigen het gereserveerde bedrag echt toe te kennen.

100.000 hectare grijs bedrijventerrein

De vergroening van bedrijventerreinen in ons land is hoogstnoodzakelijk. Van de huidige 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, die ons land telt, bestaat slechts 1 procent bestaat uit ‘groen of blauw (water)’. Omdat de terreinen verre van klimaatbestendig zijn, kampen ze bij heftige neerslag met wateroverlast en op warme dagen met hittestress. De verwachting is, dat als er niets verandert, de gemiddelde gevoelstemperatuur op een zomerse dag op een bedrijventerrein in 2050 zal zijn opgelopen tot 40,8 graden Celsius.

Door te vergroenen worden deze problemen weggenomen en daarnaast worden de bedrijventerreinen aantrekkelijker gemaakt voor werknemers. Ruim een derde van het langdurig ziekteverzuim heeft een psychische oorzaak en is gerelateerd aan werkdruk. Uit allerlei onderzoek blijkt dat groen zorgt voor een betere (psychische) gezondheid en helpt tegen stress. Bovendien liggen er op de industrieterreinen grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat. 

‘Groen ommetje’

In het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’ worden de onaantrekkelijke kale bedrijventerreinen getransformeerd naar werklocaties waar medewerkers graag komen. Na het thuiswerken tijdens COVID-19, waarin veel mensen gewend raakten aan een ‘groen ommetje’ kunnen ze hier met plezier werken, collega’s ontmoeten en tussendoor ontspannen. Het groen, zowel binnen als buiten, moet bijdragen aan werkplezier, vitaliteit en productiviteit.

Aantrekkelijk vestigingsklimaat

Daarnaast worden risico’s van hitte en wateroverlast beperkt door het inzetten van grotendeels groene en natuurlijke oplossingen op daken, gevels, parkeerterreinen, wandelpaden in de openbare ruimte. Ook wordt gewerkt aan duurzame opwekking van energie, het bevorderen van een circulaire samenleving en een versterking van de biodiversiteit. Uiteindelijk zal de vergroening en verduurzaming van de industrieterreinen leiden tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat en stijgende vastgoedwaarde op bedrijventerreinen. 

Met de reservering uit het Nationaal Groeifonds hoopt de coalitie achter de ‘Werklandschappen van de Toekomst’ de komende jaren meerdere voorbeeldbedrijventerreinen te creëren en uiteindelijk minimaal duizend terreinen te inspireren tot vergroening. Dit alles voor een groener, gezonder en gelukkiger werkend Nederland.

Het Nationaal Groeifonds

Het Nationaal Groeifonds (NGF) is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën. Het fonds is bedoeld om publieke investeringen te doen die bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Groeifonds is opgezet in 2020 en bedoeld voor eenmalige publieke investeringen. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten. Het gaat om gerichte investeringen op 2 terreinen waar de meeste kansen aanwezig zijn voor structurele en duurzame economische groei. De 2 terreinen waar de meeste kansen aanwezig zijn voor structurele en duurzame economische groei zijn: kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het gaat hier om de tweede ronde. De adviescommissie heeft in deze tweede ronde 35 voorstellen beoordeeld. Met ondersteuning van het Centraal Planbureau en verschillende experts zijn de voorstellen beoordeeld op het verwachte effect op het verdienvermogen, op de strategische onderbouwing, op de kwaliteit van het plan, en de kwaliteit van samenwerking en governance.